Negeer navigatie

Overige publicaties

2005: Sporen van Oranje

Ter gelegenheid van het 25-jarige regeringsjubileum van koningin Beatrix schreef R. van Ditzhuyzen in opdracht van de gemeente Den Haag dit boekje, vooral bedoeld voor jongeren en ‘leken’. Vragen als: Waarom hebben wij een koningin? Waarom woont zij in Den Haag? Waarom heet zij ‘Van Oranje-Nassau’? Heeft zij macht?, en andere worden hierin beantwoord.
Zwolle[Waanders] 2005, 80 blz., geïllustreerd, met stamboom, € 9,95.


2004: Een Europees Huis. De residentie van de Nederlandse ambassadeur bij de Raad van Europa te Straatsburg

Het boek beschrijft de roerige geschiedenis van de 100-jarige residentie (bouw in 1904) en haar bewoners, en weerspiegelt hiermee niet alleen de geschiedenis van Straatsburg en omgeving, maar vooral ook van Europa. De bouw van het huis, de bewoners en het gebruik als residentie komen uitgebreid aan de orde. Spannend is het relaas van de lotgevallen van de Duitse bouwheer en eerste bewoner ‘Ministerialrat’ Michael Braubach. In 1956 kocht de eerste vrouwelijke ambassadeur van Nederland, M.Z.N. Witteveen, het prachtige huis als residentie en kanselarij.
Den Haag 2004, tweetalig Frans en Nederlands, 100 blz, geannoteerd, geïllustreerd met vele onbekende foto’s [kleur en zwartwit], bijlage, register, info@akribeia.nl, 070 / 3280.555


2002: ‘Ons kent ons’. De clientèle van Jan Adam Kruseman

‘Ons kent ons’. Zeker in de zogenaamde betere kringen kent iedereen vrijwel iedereen. Men kent elkaar van dansles, hockeyclub, studentencorps; men ontmoet elkaar op huwelijken en borrels of men is gewoon ‘ergens’ familie van elkaar. Zo is het nu en zo was het vroeger. Een onderzoek naar de klantenkring van de 19de eeuwse portretschilder Jan Adam Kruseman bewijst dit weer eens. Kruseman was in zijn tijd mateloos populair - en dan vooral in kringen van de fine fleur. Iedereen die erbij hoorde (of erbij wilde horen) liet zich door hem portretteren. Paleis het Loo wijdde 2002/3 een tentoonstelling aan deze schilder. Voor de catalogus deed Van Ditzhuyzen onderzoek naar de klanten van Kruseman. Hieruit bleek dat zij samen één groot circuit, of zo men wil relatienetwerk vormde: ze waren aan elkaar geparenteerd, kwamen elkaar tegen op feesten en partijen, waren lid van dezelfde deftige club en zo voort. In dit netwerk ziet men oud en nieuw geld gebroederlijk naast elkaar, want een rijke erfdochter was voor een verarmde edelman niet te versmaden. Zo werden nieuwe rijken op den duur vanzelf oude rijken en hield ons-kent-ons zichzelf in stand. Zo was het toen, zo is het nu en zo zal het blijven.
Jan Adam Kruseman 1804-1862,A.D. Renting (red.), Nijmegen (Thieme) 2002, p. 31-47. R. van Ditzhuyzen heeft bovendien de basis gelegd van de ‘Oeuvrecatalogus’ (ibidem p. 207-329).


2002: De Oranjes in een handomdraai. ABC van ons vorstenhuis

Dit handzame en originele naslagwerk informeert over hetgeen zich in en rond het hof afspeelt. De vele trefwoorden geven een uniek beeld van het Huis van Oranje-Nassau. Uiteenlopende zaken als geboortes, troonrede, majesteitsschennis, echtscheidingen, balsemen en erfeniskwesties komen aan bod. Van AA-nummerbord tot Willem de Zwijger, van Erfprins tot Staatsbezoek, het boek is een schitterende verzameling begrippen, anekdotes, feiten en wetenswaardigheden (UITVERKOCHT).


1997: Italiaanse eilanden. De 41 kleine eilanden van Italië.

’Heeft Italië eenenveertig eilanden?’ is steevast de verbaasde vraag van mensen die dit boek zien. Capri, Ischia en Elba weet men meestal wel te noemen, maar dan stokt de kennis. Een enkeling weet vaag iets over Stromboli vanwege de permanent actieve vulkaan. Van Ditzhuyzen bezocht al deze eilanden. Drie jaar lang reisde zij van noord naar zuid, van west naar oost, per vliegtuig, trein en bus, en natuurlijk vooral per boot. Ze selecteerde de 41 eilanden aan de hand van drie criteria: klein (dus niet Sicilië en Sardinië), bewoond en in de zee gelegen. Omdat ze alleen reisde en buiten het seizoen, was ze vaak de enige gast in hotel of pension, soms zelfs de enige passagier op een veerboot. Op die boten begon het avontuur meestal al, want het kan in herfst en winter flink stormen. Op de eilanden sprak zij met allerlei bewoners: hoteliers, bestuurders, onderwijzers, vissers en natuurlijk met ‘gewone’ dorpelingen. Het boek bevat toeristische bijzonderheden, maar gaat vooral ook in op het dagelijks leven alsmede het verleden van de eilanden (UITVERKOCHT).


1996: Koetsen, klerken en 30 karbonaadjes. Herinneringen van een Leidse notarisdochter.

Vele jaren lag op zolder van de Familie van Ditzhuyzen een manuscript met de mémoires van Dorothea Coebergh (1873-1959), een oud-tante. Zij beschrijft hierin haar jeugd in Leiden als oudste dochter van de in zijn tijd zo bekende notaris mr J.A.N. Coebergh (1841-1922). Reinildis van Ditzhuyzen besloot deze herinneringen in een aparte uitgave te bezorgen. Op basis van archiefonderzoek schreef zij een inleiding over Dorothea, haar vader, zijn werkzaamheden, de familie, het prachtige woonhuis aan de Breestraat, zijn bezittingen. Voorts voorzag zij Dorothea’s tekst van verklarende noten: de genoemde personen werden voorzien van biografische informatie, gebeurtenissen werden toegelicht, en zo meer. Ten slotte zijn veel oude foto’s uit het familiearchief alsmede een stamreeks van de familie Coebergh toegevoegd. Zo geeft dit boekje een levendig beeld van het dagelijks leven van een vooraanstaand katholiek gezin in Leiden aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw (UITVERKOCHT)


1995: Praag – cultuurhistorische wandelingen

In augustus 1968 zette Reinildis van Ditzhuyzen voor het eerst voet op Praagse bodem. Het was middenin de Praagse Lente, de tijd van politieke ontspanning, van communisme met een menselijk gezicht. De sfeer in Praag was vrolijk en vrij, de mensen zagen de toekomst met vertrouwen tegemoet. Maar zij was nog geen week weg of zo’n 500.000 man van het Warschaupact vielen het weerloze land binnen (20/21 augustus). Met geweld werd de communistische orde hersteld. De volgende 21 jaar zou de stad met ijzeren hand onderdrukt blijven. Gelukkig kon Praag na de verrassende Fluwelen Revolutie van 1989 herrijzen als een feniks uit zijn as, stralender dan ooit. De stad werd een toeristentrekker van de eerste orde, vooral omdat zij is doordrenkt met het verleden. Het rijst overal voor je op, het waait je toe, het omhult je. Dit tastbare verleden maakt de stad zo indrukwekkend en verpletterend mooi. Dit boek wil het geheim van Praag ontrafelen aan de hand van thema’s als het oude, gouden, joodse, dissidente, literaire, muzikale en Tsjechische Praag [UITVERKOCHT].


1968: HELP! English basic words

Samen met haar klasgenote Ankie Clerkx van Keulen publiceerde Reinildis van Ditzhuyzen als leerlinge van het Arnhems Gymnasium een boekje met Engelse woorden, die (toen) voor het eindexamen noodzakelijk waren. In het Voorwoord schreven de eigenwijze vriendinnen:
‘Bij het samenstellen van dit beknopte, maar desalniettemin nuttige boekwerkje hebben wij er naar gestreefd de leerlingen zo veel mogelijk te bieden. (...) Wij, zelf leerlingen, hebben de behoefte aan een dergelijk hulpboekje gevoeld en hebben daarom woorden die tot verwarring aanleiding kunnen geven in doeltreffende rijtjes opgenomen’.
Ze doelden hier op een rijtje als

De twee gymnasiasten voegden eraan toe, dat zij hoopten ‘dat het werkje, dat door ons met zorgvuldigheid is samengesteld, vele leerlingen tot hulp zal zijn bij Engelse vertalingen.’
Dat was het kennelijk want weldra was een tweede, vervolgens zelfs derde druk van Help! noodzakelijk. Bovendien kwam er van andere scholen vraag naar het boekje, zodat de samenstelsters het land doorreisden voor de verkoop. En - welk cijfer behaalden de dames voor hun eindexamen Engels? Reinildis een 6, en Ankie een 4...
Arnhem 1968, 3de druk, 50 blz., € 5. Nog enkele exemplaren verkrijgbaar, info@akribeia.nl


Artikelen

2004: Van minnezanger tot morgengave. Rituelen van de liefde

Kussen en dromen,
tranen, geweeklaag:
Je weet hoe ze komen
Nooit waar ze heengaan.
Hoe begint een liefde? Met smachten! Reikhalzend en kwijnend verlangt de verliefde naar de aanbedene. Maar hoe pak je dat aan? Rondom ‘verliefd - verloofd - getrouwd’ bestaan ontelbare gebruiken en riten, die niet alleen van land tot land, maar ook van tijd tot tijd verschillen. Uit die reusachtige hoeveelheid rituelen van de liefde heeft Reinildis van Ditzhuyzen er enige beschreven in haar bijdrage aan de catalogus Liefde uit de Hermitage. Behandeld worden onderwerpen als de kus en de kuskunde (osculogie), het aanzoek, de verlovingsring, het morganaticum en de kleur van de bruidsjurk.
Liefde uit de Hermitage, catalogus tentoonstelling Nieuwe Kerk Amsterdam 2004, p. 32-50.


2003: Het sterven van koninkrijken

In dit artikel bespreekt Reinildis van Ditzhuyzen doodsoorzaken van (Europese) koninkrijken. Een verkorte versie van dit artikel getiteld ‘Margarita en de monarchie’ verscheen in NRC / Handelsblad, Zaterdags Bijvoegsel 22/23 februari 2003.
J.L. de Reede / J.H. Reestman (red.): Op het snijvlak van recht & politiek. Opstellen aangeboden aan Professor Mr L. Prakke. Deventer (Kluwer) 2003, p. 49-65. ISBN 90-268-4151-5


2003: Vorstelijke tronen

Bij monarchieën horen tronen en kronen. Beide symboliseren de koninklijke waardigheid. Hoe belangrijk de eerste altijd geweest zijn blijkt onder meer uit woorden als troonsbestijging en troonopvolger. In figuurlijke zin is de troon dus nog steeds belangrijk. Maar is dit in letterlijke zin ook het geval? Anders gezegd: zitten vorsten wel eens op een troon? En zo ja wanneer? En hoe ziet die troon eruit? In dit artikel heeft Reinildis van Ditzhuyzen uitgezocht welke Europese monarchieën beschikken over een troon alsook wanneer en hoe er gebruik van wordt gemaakt.
In: Een vorstelijk archivaris. Opstellen voor Bernard Woelderink. Zwolle (Waanders) 2003, p. 86-95.


1984: De buitenplaats Elsenburg aan de Vecht

Vanaf ca 1600 begonnen rijke Amsterdammers buitenplaatsen te bouwen aan de rivier de Vecht. Een daarvan was ‘Elsenburg’, naast huize Goudestyn in het huidige Maarssen. Dit charmante kleine landhuis staat afgebeeld op een behangselschilderij van 270 x 217 cm, dat in het museum van Maarssen (bij Goudesteyn) te zien is. Reinildis van Ditzhuyzen zocht uit wie de bouwheren en bewoners van dit pand waren - tot de jammerlijke afbraak ervan in 1813.
‘Het huis Elsenburg aan de Vecht en zijn eigenaren 1637-1813’, in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 38 (1984), p. 176-200.