Uitverkochte boeken & promotie-onderzoek:

200: ‘Heerenhuizen die den stand niet ontsieren’ Portret van het Haagse Nassaukwartier.

In Den Haag ligt naast het bekende Malieveld een wijkje met elegante herenhuizen, het Nassaukwartier geheten. In dit boek worden geschiedenis en bewoning van deze wijk uitvoerig beschreven. Aan de orde komen:

  • De achtergrond (Haagse deftigheid).
  • De bouwplannen en de projectontwikkelaars.
  • De bouw en de verkoop.
  • De huizen: stijl, indeling, interieur, personeel, tuinen, wijze van bewoning.
  • Groepsportret van de eigenaren en bewoners: oorsprong, welstand, beroep, leeftijd, ‘ons kent ons’, enzovoort.
  • Verdere ontwikkeling: openbaar vervoer, een moordaanslag, herinneringen, ‘kantorisatie’, nieuwe bloei.
  • Bewoning en bewoners per huis en per straat.

De titel is afkomstig van Carel graaf van Bylandt. Hij was eigenaar van het grootste deel van de Benoordenhoutse Polder, een landelijk gebied met enkele grote buitenplaatsen, hier en daar een boerderij, tuinderijen en veel weilanden. In 1893 verkocht hij een deel ervan voor de bouw van – zoals zijn voorwaarde was – : ‘heerenhuizen die den stand niet ontsieren’. Zo ontstond het Nassaukwartier. Tot op de dag van vandaag zijn puien (=winkels), tapperijen, danshuizen, arbeiderswoningen en instellingen voor lijkverbranding er verboden.

Groepsportret

Het boek laat zien wat voor mensen in het Nassaukwartier woonden. Waar kwamen ze vandaan? Wat was hun beroep? Wat was de koop- of huurprijs van hun huis? Hoe leefden ze? Ook zijn hun onderlinge relaties in kaart gebracht – met veel vermakelijke resultaten. Het ‘ons kent ons’ gehalte blijkt in ieder geval hoog. De periode rond 1900 is het grondigst onderzocht. Maar ook bewoners uit latere jaren komen uitgebreid aan bod (memoires, foto’s, vraaggesprekken, archiefstukken, brieven).

Veel B.N.-ers

Een boek over een kleine Haagse wijk lijkt een bij uitstek lokale aangelegenheid. Interessant is echter dat het Nassaukwartier bevolkt werd (en nog steeds wordt) door tal van lieden met een landelijke betekenis. Zo woonden op luttele meters van elkaar politici als de premiers Cort van der Linden en Van Agt, ministers van oorlog, financiën, buitenlandse zaken enz., Tweede Kamervoorzitter Kortenhorst en tal van Eerste en Tweede Kamerleden. Voorts zetelden hier ambassadeurs, generaals en vice-admiraals, geslaagde zakenlui (de accountantsfamilie Moret, de oprichter van hotel Des Indes), hoge ambtenaren en musici als Viotta en Richard Hol. Het Koninklijk Huis is ruim vertegenwoordigd met tal van personages: de particulier secretaris van koningin Emma, de adjudant van prins Hendrik, hofdames, thesauriers en ceremoniemeesters. En dan verbleven hier nog de Nobelprijswinnaar Eykman, de razend populaire tennisster Madzy Rollin Couquerque en de beroemde kunstverzamelaar Thyssen-Bornemisza.

Akribeia Uitgevers 2000, 3de druk, UITVERKOCHT

1997: Italiaanse eilanden. De 41 kleine eilanden van Italië

’Heeft Italië eenenveertig eilanden?’ is steevast de verbaasde vraag van mensen die dit boek zien. Capri, Ischia en Elba weet men meestal wel te noemen, maar dan stokt de kennis. Een enkeling weet vaag iets over Stromboli vanwege de permanent actieve vulkaan. RvD bezocht al deze eilanden. Drie jaar lang reisde zij van noord naar zuid, van west naar oost, per vliegtuig, trein en bus, en natuurlijk vooral per boot. Ze selecteerde de 41 eilanden aan de hand van drie criteria: klein (dus niet Sicilië en Sardinië), bewoond en in de zee gelegen. Omdat ze alleen reisde en buiten het seizoen, was ze vaak de enige gast in hotel of pension, soms zelfs de enige passagier op een veerboot. Op die boten begon het avontuur meestal al, want het kan in herfst en winter flink stormen. Op de eilanden sprak zij met allerlei bewoners: hoteliers, bestuurders, onderwijzers, vissers en natuurlijk met ‘gewone’ dorpelingen. Het boek bevat toeristische bijzonderheden, maar gaat vooral ook in op het dagelijks leven alsmede het verleden van de eilanden.
Haarlem (Gottmer) 1997 (2de druk) UITVERKOCHT.

Afbeelding: het spectaculaire vulkaaneiland Stromboli.

1996: Koetsen, klerken en 30 karbonaadjes. Herinneringen van een Leidse notarisdochter.

Vele jaren lag op zolder van de Familie van Ditzhuyzen een manuscript met de mémoires van Dorothea Coebergh (1873-1959), een oud-tante. Zij beschrijft hierin haar jeugd in Leiden als oudste dochter van de in zijn tijd zo bekende notaris mr J.A.N. Coebergh (1841-1922). RvD bezorgde deze herinneringen in een aparte uitgave. Op basis van archiefonderzoek schreef zij een inleiding over Dorothea, haar vader, zijn werkzaamheden, de familie, het prachtige woonhuis aan de Breestraat, zijn bezittingen. Voorts voorzag zij Dorothea’s tekst van verklarende noten: de genoemde personen werden voorzien van biografische informatie, gebeurtenissen werden toegelicht, en zo meer. Ten slotte zijn veel oude foto’s uit het familiearchief alsmede een stamreeks van de familie Coebergh toegevoegd. Zo geeft dit boekje een levendig beeld van het dagelijks leven van een vooraanstaand katholiek gezin in Leiden aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.
Leiden 1996, UITVERKOCHT.

Foto: Gustaaf van Ditzhuyzen op de Leidse Studentenmaskerade, 1902.

1995: Praag – cultuurhistorische wandelingen

In augustus 1968 zette RvD voor het eerst voet op Praagse bodem. Het was middenin de Praagse Lente, de tijd van politieke ontspanning, van communisme met een menselijk gezicht. De sfeer in Praag was vrolijk en vrij, de mensen zagen de toekomst met vertrouwen tegemoet. Maar zij was nog geen week weg of zo’n 500.000 man van het Warschaupact vielen het weerloze land binnen (20/21 augustus). Met geweld werd de communistische orde hersteld. De volgende 21 jaar zou de stad met ijzeren hand onderdrukt blijven. Gelukkig kon Praag na de verrassende Fluwelen Revolutie van 1989 herrijzen als een feniks uit zijn as, stralender dan ooit. De stad werd een toeristentrekker van de eerste orde, vooral omdat zij is doordrenkt met het verleden. Het rijst overal voor je op, het waait je toe, het omhult je. Dit tastbare verleden maakt de stad zo indrukwekkend en verpletterend mooi. Dit boek wil het geheim van Praag ontrafelen aan de hand van thema’s als het oude, gouden, joodse, dissidente, literaire, muzikale en Tsjechische Praag.
Haarlem (Gottmer) 1995, UITVERKOCHT.

Afbeelding: de brave, altijd goedgemutste soldaat Schwejk uit de verrukkelijke schelmenroman van Jaroslav Hásek (1921). Tekening van Josef Lada.

 

2002: ‘Ons kent ons’. De clientèle van Jan Adam Kruseman

‘Ons kent ons’. Zeker in de zogenaamde betere kringen kent iedereen vrijwel iedereen. Men kent elkaar van dansles, hockeyclub, studentencorps; men ontmoet elkaar op huwelijken en borrels of men is gewoon ‘ergens’ familie van elkaar. Zo is het nu en zo was het vroeger. Een onderzoek naar de klantenkring van de 19de eeuwse portretschilder Jan Adam Kruseman bewijst dit weer eens. Kruseman was in zijn tijd mateloos populair – en dan vooral in kringen van de fine fleur. Iedereen die erbij hoorde (of erbij wilde horen) liet zich door hem portretteren. Paleis het Loo wijdde 2002/3 een tentoonstelling aan deze schilder. Voor de catalogus deed RvD onderzoek naar de klanten van Kruseman. Hieruit bleek dat zij samen één groot circuit, of zo men wil relatienetwerk vormde: ze waren aan elkaar geparenteerd, kwamen elkaar tegen op feesten en partijen, waren lid van dezelfde deftige club en zo voort. In dit netwerk ziet men oud en nieuw geld gebroederlijk naast elkaar, want een rijke erfdochter was voor een verarmde edelman niet te versmaden. Zo werden nieuwe rijken op den duur vanzelf oude rijken en hield ons-kent-ons zichzelf in stand. Zo was het toen, zo is het nu en zo zal het blijven.
Jan Adam Kruseman 1804-1862, A.D. Renting (red.), cat. tent. Paleis het Loo 2002, Nijmegen (Thieme) 2002, p. 31-47. RvD legde de basis voor de ‘Oeuvrecatalogus’: ibidem p. 207-329 (UITVERKOCHT).

Promoveren

RvD heeft onderzoek gedaan naar de oorsprong, de ontwikkeling en actuele situatie van het ritueel van de doctorpromotie. Publicaties:

‘Hora est. Promoveren van Utrecht tot Uppsala’, in: M, maandblad van NRC/Handelsblad november 2008, p. 18-31.

Selbstdarstellung der Universität – Feiern und Zeremoniell am Beispiel der Doktorpromotionen’, in: Rainer C. Schwinges (Hg.): Universität im öffentlichen Raum, Veröffentlichungen der Gesellschaft für Universitäts- und Wissenschaftsgeschichte (GUW), Band 10, Basel 2008, p. 45-76.

The ‘creatio doctoris: convergence or divergence of ceremonial forms?’, in: Tor Halversen, Atle Nyhagen (ed.): The Bologna Process and the Shaping of the future knowledge societies (Conference Report from the Third Conference on Knowledge and politics) Universiteit van Bergen, Noorwegen, 2005, p. 128-140.

Voordrachten:
mei 2005 in Bergen, Noorwegen: The ‘creatio doctoris’. Convergence or divergence of ceremonial forms? [congres van de Universiteit van Bergen, parallel aan de Conferentie van Europese Ministers over het Bologna Proces]

september 2005 in Ottenstein, Oostenrijk: Selbstdarstellung der Universität – Feiern und Zeremoniell am Beispiel der Doktorpromotionen [tweejaarlijks congres van de GUW – Gesellschaft für Universitäts- und Wissenschaftsgeschichte]

december 2006 in Gent, België: Accipe pileum. Geschiedenis en ontwikkeling van het (doctor)promotieceremonieel [Algemene Ledenvergadering van Studium Generale, Contactgroep Universiteitsgeschiedenis]

december 2006 in Leiden: Dissertaties vroeger en nu [bij de opening van de tentoonstelling ‘Hora est! 600.000 proefschriften in de Universiteitsbibliotheek Leiden, 1575-2005’]

————————————–

Afbeeldingen: boven: Doctores te Bologna; onder: Erasmus met zijn doctorshoed (Hans Holbein 1523)